thema

meer informatie

wetenschapper

kunstenaar

kunstenaar

In 1976 publiceerde de Afro-Amerikaanse historicus Alex Haley zijn speurtocht naar zijn eigen Afrikaanse achtergrond onder de titel Roots. Het werd direct een bestseller. Kort daarna werd het dan ook verfilmd in een - ook op de Nederlandse televisie - vaak herhaalde serie van dezelfde naam.

Sinds die tijd is er in de Afrikaanse diaspora, die het gevolg was van de eeuwenlange transatlantische slavenhandel en slavernij, een golf aan genealogisch onderzoek ontstaan in combinatie met roots-reizen naar Afrika. In diezelfde periode bereikte de slavernij gerelateerde Afrikaanse diaspora ook Europa als gevolg van post-koloniale migratiestromen uit het Caraïbisch gebied. Daartoe behoorden ook de enkele honderdduizenden nazaten van Afrikaanse slaven die zich vanuit Suriname en de Nederlandse Antillen sinds die tijd in Nederland hebben gevestigd. Nu de meesten van hen hier inmiddels gesettled zijn geraakt, is er een toenemende behoefte en ook ruimte ontstaan om bezig te zijn met de eigen etnisch-culturele identiteit, de eigen geschiedenis, de eigen achtergrond. Dat betekent een toenemende aandacht voor het slavernijverleden en de - soms traumatische - erfenissen daarvan.

Velen van deze Afro-Caraïbische migranten zijn daarom de laatste jaren op zoek gegaan naar die eigen wortels. Dat is deels een tocht naar binnen: wie ben ik?, waardoor ben ik bepaald?, hoe vergaat het mij in het land van de voormalige slavenhouder? Deels is het ook een tocht naar buiten, de wereld in, te beginnen bij bibliotheek en archief en voor sommigen eindigend in Afrika, op zoek naar de voorouders. De bloeiende Stichting voor Surinaamse genealogie en haar tijdschrift Wi Rutu (Onze Wortels) getuigt bijvoorbeeld van deze belangstelling. Ook in de Afro-Surinaamse en Antilliaanse kunsten, aan beide kanten van de Atlantische Oceaan is de speurtocht naar de Afro- of Afrikaanse identiteit voortdurend aanwezig en daarmee een veruiterlijking van vooral de innerlijke dimensie van het 'back to the roots'.

Wat in de VS al veel Afro-Amerikanen hadden ontdekt en waar nu veel Afro-Nederlanders op botsen, is dat voor vrijwel iedereen geldt dat de speurtocht in de archieven onverbiddelijk ophoudt bij de aankomst van de voorouders in de Amerika's. Vrijwel nooit lukt het ook te achterhalen van welke locatie in Afrika de voorouders afkomstig waren, omdat zij als anonieme slaven in de scheepsarchieven terecht zijn gekomen.

Sinds enige tijd wordt bij deze zeer persoonlijke en emotionele speurtocht in met name Amerika en Engeland gebruik gemaakt van de nieuwe mogelijkheden die de biomedische wetenschap biedt, namelijk de DNA-technologie. Afro-Nederlanders maken nog niet of nauwelijks gebruik van de persoonlijke geschiedenis die in hun genen ligt opgeslagen, maar met name in de VS zijn er inmiddels al meerdere gespecialiseerde laboratoria met uitgebreide DNA-databases waar Afro-Amerikanen voor enige honderden dollars kunnen laten testen waar via de vaderslijn en via de moederslijn de Afrikaanse voorouders precies vandaan kwamen. Het oudste en grootste bureau op dit gebied is African Ancestry, opgezet door de zwarte Howard University in Washington, waar zelfs test-kits in cadeauverpakking via internet besteld kunnen worden. Ondanks de eerste kritieken op de betrouwbaarheid van deze techniek wordt er in toenemende mate gebruik van gemaakt en inspireert het tot publicaties, documentaires, films en tv-shows.

In 'Back to the Roots' wordt een genetische, fysieke, mentale en esthetische speurtocht gemaakt - naar binnen en naar buiten gericht - naar Afrikaanse identiteit in de diaspora. Deze zoektocht wordt ondernomen én in beeld gebracht door twee Afro-Nederlandse jongeren, waarvan de een zich afficheert als 'Afrikaan' en de ander in het geheel niet; verder een Afro-Surinaams beeldend kunstenaar, een Afro-Nederlandse cabaretière, een Nederlands historicus en een geneticus. Al zoekend naar de plaats van Afrika in hun leven-in-diaspora gaan zij met behulp van DNA-technologie op zoek naar hun gebied van oorsprong.
Daar zal door DNA-technologie en met behulp van de emotie worden vastgesteld wat de verbondenheid is van de deelnemers met de betreffende omgeving. Dat levert een serie beelden op, die gaan over gelijkenissen: van hoogabstracte DNA-strings tot en met portretten uit Afrika. Tegelijk vertelt het een geschiedenis van de Afrikaanse diaspora en laat het de complexiteit van het zoveel gebruikte begrip identiteit zien, in aansluiting op de thema’s die binnen ons project Globalisation and Cultural Heritage worden onderzocht.

Het gehele project zal worden begeleid vanuit het KIT Tropenmuseum Amsterdam, samen met Imagine IC in Amsterdam Zuidoost, het oral history en ict-beeldcentrum van migratiegeschiedenis en culturele diversiteit. Deze instellingen zullen ook de uitkomsten van dit project voor een groot publiek en voor lange tijd gaan presenteren.
Het KIT Tropenmuseum heeft zich bereid verklaard de Back to the roots-productie te integreren in het overgangsgebied tussen Afrika en het Caraïbisch gebied in de vaste opstelling van het museum. In de vaste afdeling Latijns Amerika en Caraïbisch gebied van het KIT Tropenmuseum Amsterdam is al een plaats ingeruimd voor de av-productie in de installatie die de Surinaamse kunstenaar Marcel Pinas maakt in het overgangsgebied naar de nieuwe vaste afdeling Afrika, onder de titel Reconnecting Africa.

In de beeld- en verhalen-databank van ImagineIC die zowel on line als hands on valt te bekijken (en aan te vullen) kan de Back to the roots-productie naadloos worden ingepast. Het ligt in de rede de av-productie ook ondergebracht te krijgen bij een van de publieke zenders, die eventueel als mede-sponsor zouden kunnen optreden.